Dicht, dichter, dichtst (T 4)
Laat de leerlingen een bewerking maken waarbij ze
elk cijfer van 0 t.e.m. 9 maar één keer mogen gebruiken.
Ze moeten proberen om precies of zo dicht mogelijk het vooraf bepaalde
getal te bekomen.
Bijvoorbeeld: 100
Wie als uitkomst het getal zelf, of zo dicht mogelijk het getal
benadert, is gewonnen.