
| Stap 1 | Stap 2 | Stap 3 | Stap 4 |
![]() |
|
|
|
| Wat moet ik doen? | Hoe ga ik het doen? | Ik doen mijn werk. | Ik kijk mijn werk na. Wat vind ik er van? |
|
Wat wordt er gevraagd (cijferen, knippen, spreekbeurt)? [oriënteren] |
Hoe ga ik dat doen? (wat doe ik eerst?) [plannen] |
Ben ik goed bezig? Begrijp ik het nog? [bewaken] |
Is mijn taak juist uitgevoerd? Heb ik bereikt wat ik wilde? [evalueren] |